De bril van een landverrader

Om maar met de deur in huis te vallen; ik was altijd gek op geld. Mijn ouders waren rijk en daarom kon ik naar school. Ik leerde rekenen, schrijven, Aramees en Grieks. De Joden spreken Aramees; Grieks is de spreektaal in het hele Oostelijke Romeinse rijk.

De Romeinen houden hier al jaren de touwtjes in handen. Iedereen betaalt belasting aan de Romeinse keizer. Omdat ik Aramees en Grieks kon schrijven, verdiende ik goed geld. Van mijn spaargeld kocht ik het recht om tol te innen voor de Romeinen in Kafarnaüm. Wie goederen vervoerde via Kafarnaüm moest mij tol betalen in mijn tolhuis.

Jaarlijks moest ik een vast bedrag aan de Romeinen afdragen. De rest van de tol, mocht ik in eigen zak steken. Zo kwamen de Romeinen – en ik – aan geld; veel geld. De Romeinen noemden mijn publieke functie Publicanus. Ik was lid van een beroepsvereniging van publicani (tollenaren).

Samen hielden we de tolprijzen hoog, zodat we flink wat geld overhielden. Toch kwam ik er achter dat geld niet echt gelukkig maakt. Mijn volksgenoten noemden mij een landverrader en een afperser. Ze gooiden publicani op één hoop met publieke vrouwen. Niemand ging om met hoeren en tollenaren.

Met al mijn geld leefde ik in een isolement.
Nergens was ik welkom.
Vooral niet in de synagoge.

Mijn enige vrienden waren foute vrienden; hoeren en tollenaren. De mensen die mij tol betaalden, maakten niet eens een praatje. Tot op een dag Jezus mijn tolhuis passeerde. Ik had wel over hem gehoord en over de wonderen die hij deed. Hij trok rond als rabbijn en gaf bijbelonderwijs aan volgelingen.

Toen hij mijn tolhuis passeerde, had hij wel oog voor mij. Hij had geen goederen bij zich, maar toch sprak hij mij aan.

Jezus sprak maar twee woorden.
Ik schrok er vreselijk van:
“Volg mij”.

Ik? Jezus volgen? Ik was toch hartstikke fout?

In een flits ging het door mij heen; dan moet het roer totaal om. Dan moet ik stoppen als handlanger van de Romeinen en als afperser. Dan moet ik breken met mijn foute leven en mijn jacht naar geld. Tegelijkertijd besefte ik dat Jezus als geen ander kon leren hoe ik wél moest leven. Hij was een rabbijn die wonderen deed en door God gestuurd was. Wat had ik eigenlijk te verliezen dan dat stomme geld?

Jezus hoefde niet lang op een antwoord te wachten. Ik zei: “Ik ga mee”. Zonder de deur en de kas te sluiten ben ik pardoes met hem meegegaan. Ik wilde een nieuw leven beginnen en ging in de leer bij Jezus.

Eindelijk was er iemand die mij zag, van mij hield en mij nodig had. Wat voelde ik mij bevrijd toen Jezus mij bevrijdde uit de macht van het geld. Ik was zo blij dat ik een groot feest organiseerde. Ik nodigde Jezus en zijn leerlingen uit voor een maaltijd bij mij thuis. Alle hoeren en tollenaren die ik kende, nodigde ik ook uit. Ik dacht: “Ook zij moeten Jezus leren kennen en hem gaan volgen”.

Het werd echt een geweldig feest! Al mijn foute vrienden en vriendinnen wilden die Jezus wel eens ontmoeten. Wat waren ze blij toen hij ook interesse in hen toonde!

Op het feest vertelde Jezus over het koninkrijk dat komt. God zal een nieuwe aarde maken. Daar zullen God en mensen samenwonen in liefde en vrede voor altijd. Maar – waarschuwde Jezus – daar kun je niet komen als je zo zondig leeft:

“Kom tot inkeer en breek met je zondige leven.
Dan zul je eeuwig leven krijgen”.

Wat een blij nieuws was dat: God houdt zelfs van hoeren en tollenaren!

Ik vertelde hoe Jezus mij bevrijd had van mijn jacht naar geld en mij liefde en hoop gegeven had. Veel van mijn foute vrienden en vriendinnen volgden mijn voorbeeld. Je weet niet half hoe geliefd Jezus werd bij al die foute mensen.

Na het feest spraken een paar Joodse religieuze leiders de leerlingen van Jezus aan. Ze zeiden: “Eet Jezus met hoeren en tollenaren”? Waar wij zo blij mee waren, vonden zij blijkbaar helemaal niets. Jezus hoorde het en antwoordde: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot inkeer te roepen, maar zondaars”. Jezus was totaal anders, maar lang niet iedereen begreep hem.

Mijn huis heb ik achtergelaten en ik heb Jezus drie jaar lang gevolgd; tot aan zijn dood. Ik werd een van de twaalf leerlingen van Jezus. Later heb ik een biografie van Jezus geschreven; het evangelie van Mattheüs. Daar heb ik nauwkeurig in opgeschreven wat we allemaal met Jezus meegemaakt hebben.

Wil je Jezus beter leren kennen?
Er staan wel vier biografieën in de Bijbel[1].
Dan leer je precies wat hij gezegd en gedaan heeft.

Jezus deed vaak prikkelende uitspraken om je met hele andere ogen te leren kijken.  Zijn bekendste toespraak[2] begon hij met het gelukkig prijzen van mensen die in onze ogen ongelukkig zijn.

  • “Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel”.
    Het eeuwige geluk is niet voor wie de baas wil spelen, maar voor wie nederig wil dienen.
  • “Gelukkig wie treuren, want zij zullen getroost worden”.
    Wie veel lijden ondervinden, mogen uitzien naar troost in Gods koninkrijk.
  • “Gelukkig wie vriendelijk zijn, want zij zullen het land bezitten”.
    Brutale mensen hebben de halve wereld, maar de komende wereld is voor vriendelijke mensen.
  • “Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden”.
    Onderdrukkers lijken ongestraft hun gang te gaan, maar God zal uiteindelijk rechtspreken.
  • “Gelukkig wie bewogenheid tonen, want zij zullen bewogenheid ondervinden”.
    Het eeuwige geluk is voor wie ongelukkigen gelukkig maken.
  • “Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien”.
    Eerlijk duurt het langst; eeuwig.
  • “Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden”.
    Wie van oorlogen en conflicten houden, passen niet in Gods vrederijk.
  • “Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel”.
    Wie lijden door hun strijd tegen onrecht, mogen rekenen op Gods waardering.

Jezus onthulde goddelijke liefde in woord en daad:

  • “Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: ‘Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten’. En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen”[3].
    Jezus bracht dit zelf in de praktijk. Toen hij aan het kruis hing en de soldaten zijn kleren verlootten, bad hij: “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen”[4].
  • “Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen”[5].
  • Op de vraag ‘‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’ antwoordde Jezus: “Het voornaamste is: ‘Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.’ Het op een na belangrijkste is dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf’. Er zijn geen geboden belangrijker dan deze”.

Jezus vertelde over het koninkrijk van God dat komt. God houdt van alle mensen en nodigt iedereen uit voor dat koninkrijk. Jezus toonde Gods macht en bewogenheid door talloze genezingen.

Jezus was ook radicaal en waarschuwde tegen zonden en onrecht. Wie verkeerd leeft, loopt het koninkrijk en het eeuwige leven mis. Wie verkeerd leeft, moet tot inkeer komen en een ander leven gaan leiden.

Jezus liet zien dat het om de liefde draait. God houdt van ons en vraagt ons om God en onze medemens lief te hebben.

Jezus spoorde aan tot bewogenheid, delen en dienen[6].
Hij leerde om het voor de zwakken op te nemen[7].
Hij riep foute mensen op tot inkeer[8].

Jezus was heel praktisch in zijn onderwijs. Hij leerde hoe je moet bidden en dat je anderen niet moet veroordelen[9]. Hij leerde om nederig te zijn en waste bijvoorbeeld de vieze voeten van zijn leerlingen[10].

Maar de Joodse religieuze leiders moesten niets van Jezus hebben. Uiteindelijk hebben ze Jezus laten kruisigen[11].

Iedereen dacht dat het over en uit was.
Maar op de derde dag stond Jezus op uit de dood.
Hij verscheen aan zijn leerlingen en veel andere getuigen[12].

Hij legde ons uit dat hij gestorven was voor onze fouten. Wij hoeven niet meer bang te zijn dat God ons voor onze fouten straft. God heeft die straf zelf gedragen in onze plaats in de persoon van Jezus; uit liefde voor ons. Daarom wil God al onze fouten vergeven als we hem gaan dienen.

Jezus vertelde dat hij terug zou gaan naar zijn vader in de hemel. Zoals sommige vlaggen uit drie kleuren bestaan, maakt God zich bekend als een gemeenschap die bestaat uit drie personen; de Vader, Jezus de Zoon en de Heilige Geest. Samen vormen ze de gemeenschap van drie personen die we God noemen[13]. De Vader is de schepper boven ons; de Zoon kwam als redder onder ons en de Heilige Geest wil in ons wonen om zijn aanstekelijke liefde via ons aan anderen door te geven.

Aan het einde van de wereldgeschiedenis zal God een nieuwe aarde maken waar God en mensen voor altijd samen zullen wonen. Dan zal hij oordelen wie er vergeving en eeuwig leven krijgt en wie niet. Daarna zal Gods koninkrijk aanbreken.

Jezus steeg voor ons oog op om terug te keren naar zijn hemelse Vader en verdween achter een wolk[14]. Maar God liet ons niet alleen. Bijna twee maanden later vulde God ons, volgelingen van Jezus, met de Heilige Geest. We stroomden over van liefde en enthousiasme om Gods goede nieuws over Gods liefde en zijn komende koninkrijk met iedereen te delen.

Eerst ontstond een liefdevolle gemeenschap van christenen in Jeruzalem. We gingen zorgen voor armen, zieken en iedereen die hulp nodig had. Mensen voelden heel concreet Gods warme liefde in een koude wereld en sloten zich in grote aantallen aan[15].

Omdat we al snel vervolgd werden door mensen die niets van Jezus wilden weten, waaierden we uit over allerlei landen om overal het blijde nieuws van Gods liefde en zijn komende koninkrijk te vertellen en om christelijke liefdesgemeenschappen te stichten.

Overal vertelden we over Gods komende koninkrijk.
Overal groeide er geloof, hoop, troost en liefde.
Overal leerden we om de zwakken te helpen[16].

Zo heb ik het zaad van het evangelie ook overal rondgestrooid. Ik ontdekte dat het een enorm krachtige boodschap was; een zaad met enorme groeipotentie. Het veranderde foute mensen in warme liefdevolle mensen. Waar naar het evangelie geluisterd werd, bloeide de liefde op. Daar gingen mensen elkaar helpen en dienen. Daar kregen mensen hoop op een eeuwig leven met God. Mensen die de weg in het leven kwijt waren, vonden Gods liefde en toekomst.

Het enige dat ik moest doen, was getuigen wat ik had meegemaakt. Daarom raad ik iedereen aan om Jezus te leren kennen. Hij verandert onze gedachten, onze relaties, onze samenleving en ons geluk[17].

Jezus heeft de grootste positieve invloed op de wereld.
Hij vult ons met geloof, hoop en liefde.

Geef mij die bril van Mattheüs maar. Wil je Jezus van nog dichterbij zien? Kijk dan maar eens door deze bril van zijn ongelovige broer Jakobus.

[1] Het evangelie van Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes.

[2] Mattheüs 5:1-7:29.

[3] Mattheüs 5:43-45.

[4] Lucas 23:34. Handelingen 7:60.

[5] Mattheüs 20:25-28. Johannes 13:3-17.

[6] Lukas 10:25-37, Markus 12:41-44, Mattheüs 6:1-4, Handelingen 20:35, Mattheüs 20:20-28.

[7] Mattheüs 25:31-46. Lucas 14:12-14.

[8] Mattheüs 4:17-19, 9:10-13, Lucas 15.

[9] Mattheüs 5-7.

[10] Lucas 14:7-11, Johannes 13:1-17.

[11] Mattheüs 26-27.

[12] Lucas 24, 1 Corinthiërs 15:3-9.

[13] Mattheüs 28:19, 2 Corinthiërs 13:13, Efeziërs 1:3-14, 1 Johannes 5:20, Johannes 14:26.

[14] Handelingen 1:1-11.

[15] Handelingen 2.

[16] Handelingen.

[17] J. Kennedy & J Newcombe, What if Jesus had never been born?