De bril van een weduwe

Sommige mensen hebben enorme families. Ze hebben heel veel broers, zussen en kinderen. Mijn man en ik niet; wij waren allebei enig kind en kregen ook maar één zoon. Natuurlijk waren we daar heel blij mee.

Een paar jaar geleden is mijn man overleden. Het was een harde dreun voor mij en mijn zoon. De lege plaats was groot en ons wereldje werd nog kleiner. We hadden alleen elkaar nog en moesten beiden de kost gaan verdienen.

Maar je wilt niet weten wat er vorige week gebeurd is. Toen trof ik mijn zoon levenloos aan. Die klap was te groot voor mij. Dat kon ik er niet meer bij hebben. Hij was het enige dat ik nog had. Mijn wereld stortte in. Nu moest ik ook mijn zoon nog missen. De klap kwam extra hard aan, want mijn zoon was ook mijn toekomst.

Wie zou er later nog voor mij zorgen?
Zou ik dan als bedelaar moeten sterven?

Nog diezelfde dag moesten we mijn zoon begraven vanwege de hitte. Iedereen die mij kende, liep mee in een grote begrafenisstoet. We liepen machteloos en hard huilend door de stadspoort naar de begraafplaats.

Daar buiten de stadspoort kwam een andere stoet mensen ons tegemoet. Uit respect stopten ze aan de kant van de weg en maakten ruimte voor ons. Toen gebeurde het.

Eén van hen was zichtbaar met mij bewogen. Hij liep recht op mij af en zei: “Hou maar op met huilen”. Ik schrok. Was hij niet goed bij zijn verstand? De mensen om mij heen schrokken ook van die man. Hij pakte het draagbed vast en de dragers hielden stil. Zij waren net zo verbouwereerd als ik.

Hij begon heel hard tegen mijn zoon te praten: “Jongeman, ik zeg je, sta op”! Mijn zoon opende zijn ogen, kwam overeind, ging zitten op het draagbed en begon te spreken. De man hielp hem van de lijkbaar en gaf hem aan mij terug.

Je kon een speld horen vallen.
Iedereen was met stomheid geslagen.
Wat was dit voor man?

Onze onmacht stond in schril contrast met zijn macht over de dood! Iedereen uit beide stoeten besefte; dit is het werk van God. Ons verdriet sloeg om in verbazing en vervolgens in blijdschap.

Wat doe je in zo’n bizarre situatie? Iemand begon een loflied voor God te zingen en de rest begon mee te zingen. Beide stoeten liepen zingend door de stadspoort Naïn binnen.

Natuurlijk heb ik die man in het witte kleed bedankt. We hebben even met hem gesproken; Jezus uit Nazareth. Hij trok weer verder met veel belangstellenden. Je kunt wel nagaan hoe snel en ver dit nieuws rondgaat. Iedereen heeft het nu over ons en over Jezus[1].

Jezus zag mij en was met mij bewogen.
Hij heeft zelfs macht over de dood.
Iedereen zag: dit is het werk van God.

Mag ik die bril van die weduwe weer? Met de bril die ik hier heb, kom je heel dichtbij Jezus. Hij is van een van zijn twaalf leerlingen; Mattheüs.

[1] Lukas 7:11-17.