Inspectie van de dierenbril

We kijken weer naar de brillen zelf, naar de oogkleppen en de focus.

De bril

De dierenbril is bedoeld om naar het dierenrijk te kijken. Hij laat een enorme verscheidenheid aan dieren zien die stuk voor stuk perfect ontworpen zijn voor specifieke doelen: overleven in woestijnen of op de polen; vliegen in het donker, enzovoort. Natuurfilms blijven boeien en verrassen.

De dierenbril toont een creatieve en geniale Bioloog.

De oogkleppen

Maar klopt die dierenbril wel? De evolutietheorie van Charles Darwin laat toch zien dat alle diersoorten vanzelf ontwikkeld zijn uit eenvoudige eencellige wezens? Daar kwam toch geen schepper aan te pas? Zitten er oogkleppen op de dierenbril die verbergen dat dieren vanzelf nieuwe soorten voortbrengen?

Laten we eerst die evolutiebril van Darwin bekijken.

Darwins evolutiebril

De darwinistische evolutietheorie is de belangrijkste pijler waar het atheïstische wereldbeeld zonder schepper nog op rust. Als blijkt dat de darwinistische evolutietheorie niet klopt, is het niet langer rationeel om nog te geloven dat alles vanzelf ontstaan is. Dan is een wereldbeeld zonder schepper niet meer houdbaar. Daarom kunnen mensen die hechten aan een wereldbeeld zonder schepper, heftig reageren als Darwin ter discussie gesteld wordt.

Sommige wetenschappers noemen de evolutietheorie liever geen theorie, maar een feit. Er is zoveel bewijs verzameld dat je er niet meer omheen kunt. Als je de evolutietheorie niet gelooft, kom je uit het museum. Dan leef je nog in de donkere Middeleeuwen, toen mensen nog geloofden dat de aarde plat was[1].

De evolutiebioloog en militante atheïst Richard Dawkins beweert zelfs dat iedereen die niet in evolutie gelooft, onwetend is, dom of krankzinnig[2]. De vooraanstaande Darwiniste Eugenie Scott beweert bovendien dat de darwinistische evolutietheorie geen zwakke punten kent[3].

Wie niet in Darwin gelooft, moet wel oliedom zijn.
De evolutietheorie kent geen zwakke punten.
Toch?

Als mensen zich zo overschreeuwen, is het verstandig om hun beweringen te onderzoeken. Kent de evolutiebril inderdaad geen zwakke plekken? Ben je dom als je de bril van Darwin niet vertrouwt? Laten we eens kijken.

De evolutiebril van Charles Darwin gaat ervan uit dat alle diersoorten vanzelf ontstaan zijn en vraagt om geloof in vijf veronderstellingen:

  1. Gemeenschappelijke afstamming.
    Darwin schetst een stamboom van het leven. Alle planten, bomen, dieren en mensen stammen af van één eerste levensvorm. Uit eenvoudige levensvormen groeien allerlei nieuwe soorten dieren. Bovenin de stamboom groeit de mens uit de apen.
  2. Toevallige erfelijke afwijkingen.
    Toevallige erfelijke afwijkingen bij de voortplanting veranderen bestaande planten en dieren. Evolutie is een ongeleid proces; niemand stuurt het.
  3. Kleine stapjes.
    Planten en dieren veranderen met hele kleine stapjes. Gedurende miljoenen jaren ontstaan langzaamaan nieuwe soorten planten en dieren.
  4. Van eenvoudig naar complex.
    Uit eenvoudige levensvormen groeien steeds complexere levensvormen.
  5. Natuurlijke selectie.
    Door voedselschaarste en andere natuurlijke hindernissen overleven alleen de soorten die het best aangepast zijn aan hun omgeving. De rest sterft uit.

Volgens Darwin ontstaan alle diersoorten vanzelf.
Toeval schept langzaamaan nieuwe soorten.
Wie het best in de natuur past, overleeft.

Tegen alle vijf veronderstellingen van Darwin is fundamentele kritiek geuit. Die kritiek vind je – vreemd genoeg – niet in biologieboeken. Ik vat die kritiek kort samen, zodat je zelf kunt beoordelen of de darwinistische evolutietheorie geen zwakke punten heeft.

  1. Gemeenschappelijke afstamming

Als alle dieren ontstaan zijn uit andere diersoorten, dan zou het eenvoudig moeten zijn om de voorouders van alle diersoorten te achterhalen. Darwin tekent een eerste grove boom met wat vertakkingen op basis van uiterlijke overeenkomsten in zijn boek ‘The Origin of Species’. Latere volgelingen van Darwin proberen die boom verder uit te werken.

Wat een koud kunstje lijkt, blijkt een onoplosbare puzzel te zijn. Je kunt allerlei stambomen tekenen. Het ligt er maar aan welke overeenkomsten je met elkaar in verband brengt. Buizerds, vlinders en vleermuizen hebben allemaal vleugels, maar de buizerd is een vogel, de vlinder een insect en de vleermuis is een zoogdier. Die kunnen geen familie zijn.

Haaien en dolfijnen kunnen allebei hard zwemmen en goed jagen. Maar een haai is een vis met kieuwen en een dolfijn is een zoogdier met longen. Mensen, vogels en haaien hebben allemaal vijf vingers, maar ook zij kunnen geen familie zijn.

Met lichamelijke overeenkomsten kun je allerlei stambomen tekenen. Overeenkomsten sturen ons juist regelmatig het bos in. Op basis van lichamelijke overeenkomsten konden wetenschappers het niet eens worden wat de juiste stamboom is[4].

Toen wetenschappers ontdekten hoe ze DNA konden lezen, gloorde de hoop dat genetische overeenkomsten de relaties tussen diersoorten en de stamboom van het leven zouden onthullen. Maar nog duidelijker bleek het tegendeel. Dieren die sterk op elkaar lijken, hebben regelmatig hele andere genen.

Hoe meer genetische gegevens onderling vergeleken worden, hoe waziger de familierelaties worden[5]. Vooraanstaande wetenschappers concluderen dat er helemaal geen stamboom van het leven is. DNA-onderzoek heeft de boom van het leven omgehakt[6]. De familierelaties tussen dieren lijken niet op een boom, maar op een oerwoud[7].

De stamboom van al het leven is niet te vinden.
Overeenkomsten sturen ons juist het bos in.
DNA tekent geen boom, maar een oerwoud.

De darwinistische stamboom krijgt nog meer wind te verduren. Biologieboeken schetsen bijvoorbeeld embryo’s van verschillende gewervelde diersoorten naast elkaar om de overeenkomsten te laten zien. Die overeenkomsten moeten het plaatje onderbouwen dat die diersoorten van elkaar afstammen, omdat ze zich op een vergelijkbare manier ontwikkelen.

Toch zijn die overeenkomsten maar de helft van de waarheid. Naast overeenkomsten tonen uitgebreide studies ook veel verschillen in de embryonale ontwikkeling tussen vergelijkbare diersoorten. Die verschillen passen niet in het plaatje van de gemeenschappelijke afstamming[8]. Veel biologieboeken lijken wel atheïstische propagandaboeken, omdat ze maar één kant van het verhaal schetsen[9].

Soortgelijke dieren kunnen heel verschillend groeien.
Blijkbaar zijn ze toch geen familie.

Het darwinistische plaatje van de stamboom van het leven laat zich moeilijk rijmen met sterke overeenkomsten in hele verschillende soorten.

Het oog van een inktvis lijkt heel sterk op het menselijk oog. Maar mensen en inktvissen kunnen geen familie van elkaar zijn. Vleermuizen, dolfijnen en vetvogels gebruiken echolocatie (waarneming van de omgeving met geluid), maar groeien op hele verschillende takken van de darwinistische stamboom[10]. Duiven, zalmen en zeeschildpadden gebruiken het magnetisch veld van de aarde om hun geboorteplaats weer terug te vinden, maar kunnen geen familie zijn.

De natuur zit vol van dit soort overeenkomsten tussen diersoorten die niet van elkaar kunnen afstammen[11]; overeenkomsten die niet passen in het darwinistische plaatje. Ontwikkelen die geavanceerde systemen zich telkens opnieuw op verschillende takken van de darwinistische stamboom? Darwinisten proberen dit soort tegenstrijdigheden wel te verklaren, maar ze passen niet in het plaatje van de darwinistische stamboom[12].

Allerlei dieren tonen opvallende overeenkomsten.
Die passen niet in Darwins stamboom.

Als er geen darwinistische boom bestaat, wat is er dan nog waar van de andere vier veronderstellingen van Darwins evolutietheorie?

  1. Toevallige erfelijke afwijkingen.

De tweede veronderstelling van de evolutietheorie luidt dat planten en dieren veranderen door toevallige erfelijke afwijkingen bij de voortplanting.

Die toevallige erfelijke afwijkingen zijn vooral onder vuur genomen door aanhangers van de intelligent ontwerp beweging. Dat zijn wetenschappers die sinds enkele decennia met wetenschappelijke argumenten proberen aan te tonen dat bepaalde dingen in onze werkelijkheid beter te verklaren zijn met een intelligente ontwerper dan met toeval[13].

Apen zouden zich door een lange serie van kleine erfelijke afwijkingen langzaamaan ontwikkeld hebben tot mensen. Het DNA van mensen en chimpansees verschilt namelijk maar 2 tot 5 procent.

Procentueel lijkt dat inderdaad weinig. Maar twee procent is ongeveer 60 miljoen programmeertekens. Dat zijn zo’n 130 boeken van 300 bladzijden. Zoveel werkende programmeercode komt niet zomaar uit de lucht vallen. Ook niet als je er miljoenen jaren op wacht. Als er voor elke diersoort van die enorme hoeveelheden nieuwe programmeercode nodig zijn, kun je wel nagaan hoeveel programmeercode er in alle dieren samen zit.

Nieuwe levensvormen vereisen veel nieuwe informatie.
Waar komt die informatie vandaan?

Elke programmeur zal bevestigen dat nieuwe software niet toevallig ontstaat. Je moet behoorlijk wat programmeercode schrijven om doelgericht één nieuw knopje in een programma in te bouwen met een nieuwe functie. Eén typefout zorgt er al voor dat je dat doel niet bereikt. Toeval kan geen nieuwe software schrijven, omdat toeval niet doelgericht werkt. Toeval kan alleen maar wartaal genereren; geen werkende programmeercode.

Als een computervirus willekeurige aanpassingen maakt in een computerprogramma, zorgt dat altijd voor beschadiging van dat programma. Dan vallen functies uit en verschijnen er foutmeldingen op het scherm en loopt het programma vast. Als je een virus zijn gang laat gaan, is de kans groot dat het computerprogramma niet eens meer kan opstarten.

Voor DNA geldt dat ook. De kans dat willekeurige aanpassingen in DNA één functioneel robotje opleveren in een levende cel is 1 op 1074 (dat is een 1 met 74 nullen)[14]. Maar voor aanpassingen in dieren is veel meer nodig. Aanpassingen vereisen vaak ook andere soorten cellen, andere weefsels en andere organen die allemaal gebouwd moeten worden met een ander bouw- en groeiplan. Aanpassingen in de programmeercode van het DNA moeten al die veranderingen aansturen[15].

Nieuwe soorten vragen veel supercomplex DNA.
Toeval levert geen werkende software op.
Toeval kan DNA alleen ruineren.

Michael Behe – hoogleraar in de biochemie – heeft uitgerekend hoe groot de kans is dat toevallige erfelijke afwijkingen resulteren in een kleine aanpassing van dieren. Ondanks het feit dat DNA een soort spellingscontrole bevat, die kopieerfoutjes na celdeling corrigeert, blijven er soms toch nog kopieerfoutjes achter. Zulke kopieerfoutjes beschadigen werkende functionaliteit, net als een computervirus software kan beschadigen[16].

Je kunt statistisch uitrekenen hoe vaak die kopieerfoutjes voorkomen. Als de statistische kans op kopieerfoutjes 1 op een miljoen is, dan is de kans dat twee specifieke letters programmeercode wijzigen 1 op een biljoen (1 miljoen keer 1 miljoen). De statistische kans dat drie of vier specifieke letters programmeercode wijzigen, wordt al snel onmogelijk.

Zodra je weet hoeveel letters programmeercode er nodig zijn om een kleine aanpassing in een dier te maken, kun je uitrekenen hoe groot die kans is dat toeval dat veroorzaakt. Michael Behe maakt duidelijk dat die aanpassingen in dieren zoveel informatie vereisen, dat ze statistisch absoluut onmogelijk zijn[17].

Aanpassingen binnen diersoorten – bijvoorbeeld van bacteriën of van vissen – zijn beschadigingen van bestaand DNA; geen ontwikkeling van nieuw DNA. Nieuw gefokte rassen – van bijvoorbeeld honden, schapen of koeien – ontstaan niet door de vorming van nieuw DNA, maar door beschadiging van bestaand DNA[18].

Om duidelijk te maken dat veel wetenschappers niet geloven dat Darwins toevallige erfelijke afwijkingen leiden tot nieuwe diersoorten, hebben meer dan duizend wetenschappers een publieke petitie op het internet ondertekend[19].

Toevallige afwijkingen creëren geen nieuwe diersoorten.
Dat is statistisch onmogelijk.

  1. Kleine stapjes.

Het derde toverwoord uit Darwins evolutietheorie is geleidelijkheid. Planten en dieren veranderen met hele kleine stapjes. Gedurende miljoenen jaren ontstaan langzaamaan nieuwe soorten planten en dieren. Als je maar lang wacht, is alles mogelijk.

Toch vroeg Darwin zichzelf al af waarom de aardbodem niet vol zit met allerlei overgangsvormen; dieren die het midden houden tussen de ene en de andere soort. Dat beschouwde hij als het duidelijkste en grootste bezwaar dat tegen zijn evolutietheorie kon worden ingebracht[20].

Darwin veronderstelde dat de fossielen die paleontologen opgraven gewoon geen compleet beeld geven van de ontwikkeling van alle diersoorten. Natuurlijk is het fossiel archief niet compleet, maar paleontologen erkennen tegenwoordig wel dat het wel een goed beeld schetst van de ontwikkeling van het leven[21].

Het fossiel archief toont bijvoorbeeld duidelijk dat diersoorten niet of niet noemenswaardig veranderen. Paleontologen graven telkens weer onveranderde diersoorten op uit grondlagen van verschillende leeftijden. Ze veranderen niet (stasis)[22].

De denkbeeldige lijntjes die Darwin in zijn stamboom tussen verschillende soorten tekende, missen in het fossiel archief. Nieuwe diersoorten verschijnen plotseling in het fossiel archief; zonder voorafgaande tussenvormen. Ineens zijn ze er[23].

Fossielen laten zien dat soorten niet veranderen.
Nieuwe soorten verschijnen plotseling.

De geleidelijke ontwikkeling van nieuwe diersoorten die Darwin voor zich zag, wordt nog sterker tegengesproken door de plotselinge verschijning van grote aantallen nieuwe diersoorten in relatief korte geologische periodes.

In de oudste geologische periode met dierlijke fossielen – het Ediacarium – komen alleen weke dieren voor. In de daaropvolgende geologische periode – het Cambrium – verdwijnen die weekdieren en verschijnen ineens – zonder tussenvormen – allerlei complexe gewervelde zeedieren die totaal niet op elkaar lijken[24].

Zo schetst het fossiel archief een herhalend patroon van plotseling verschijnende en plotseling verdwijnende diersoorten. Daardoor kunnen paleontologen aan de fossielen in aardlagen zien uit welke geologische periode die aardlaag stamt. In plaats van een voortdurende geleidelijke ontwikkeling van dezelfde diersoorten – die Darwin schetste – toont het fossiel archief een patroon van plotselinge explosies van nieuwe diersoorten en plotselinge uitsterving van die diersoorten.

Daarom verklaarden gezaghebbende paleontologen als Louis Agassiz en Adam Sedgwick Darwins evolutietheorie in strijd met het fossiel archief. Zij wezen Darwin bijvoorbeeld op de plotselinge explosie van diersoorten in het Cambrium zonder tussenvormen.

Darwin wees hun kritiek van de hand met zijn verwachting dat die tussenvormen nog wel gevonden zouden worden. Maar Agassiz kreeg gelijk[25].

Aardlagen tonen geen ontwikkeling van diersoorten.
Ze tonen uitsterving en explosies van nieuwe soorten.

  1. Van eenvoudig naar complex.

De vierde veronderstelling waar Darwin zijn evolutietheorie op baseerde, luidt dat het leven simpel begint en langzaamaan complexer wordt. Hij eindigt zijn boek ‘The Origin of Species’ met de woorden ‘dat uit zo’n simpel begin eindeloos veel van de prachtigste en wonderbaarlijkste soorten zijn geëvolueerd en nog steeds evolueren’.

In de tijd van Darwin wisten wetenschappers nog maar weinig over het kleine microscopische leven. Veel wetenschappers dachten dat het kleine leven heel eenvoudig in elkaar zat en dat het zomaar uit levenloze materie kon ontstaan. In het jaar dat Darwin zijn ‘Origin of Species’ publiceerde (1859), bewees Louis Pasteur dat leven niet vanzelf groeit op bedorven voedsel. Zonder bacteriën, groeit er niets.

Darwin schreef in een brief aan zijn vriend Joseph Hooker dat leven misschien wel vanzelf kan ontstaan ‘in een kleine, warme poel met allerlei soorten ammonia, fosforzouten, licht, warmte, elektriciteit, enzovoorts’[26]. Na Darwin werd de eencellige amoebe in biologieboeken verheven tot de eerste eenvoudige levensvorm[27].

Met zijn evolutietheorie probeert Darwin de veelkleurige schoonheid en wonderbaarlijke complexiteit in de natuur te verklaren zonder schepper. Darwin kan zelf ook niet geloven dat die schoonheid en complexiteit zomaar uit de lucht kunnen vallen. Het leven moet heel simpel begonnen zijn en langzaamaan steeds ingewikkelder en mooier geworden zijn.

Maar sinds we cellen van binnen kunnen bestuderen, weten we dat het kleine microscopische leven verre van simpel is. Een levende cel lijkt sterk op een volledige gerobotiseerde en geautomatiseerde fabriekshal. Het DNA in de celkern is onvoorstelbaar complex. Hoe meer we ontdekken van de levende cel, hoe complexer het wordt.

De amoebe wordt vaak onderaan de darwinistische stamboom van het leven getekend en de mens bovenaan. Toch is het DNA van sommige ‘eenvoudige’ amoeben ruim 200 keer langer dan van mensen[28]. Blijkbaar is de kleine amoebe minder eenvoudig dan menigeen denkt.

Als het leven niet eenvoudig begon, verklaart de evolutietheorie niet hoe complexiteit en schoonheid ontstonden.

Volgens Darwin begon complex leven klein en simpel.
Het is achterhaald dat klein leven simpel is.
Complexiteit ontstond niet geleidelijk.

  1. Natuurlijke selectie

De vijfde en laatste veronderstelling van Darwins evolutietheorie is natuurlijke selectie (survival of the fittest); door voedselschaarste en andere natuurlijke hindernissen overleven alleen de soorten die het best aangepast zijn aan hun omgeving. De rest sterft uit. Zo selecteert de natuur wie overleeft.

De kritiek op deze veronderstelling richt zich niet zozeer op de stelling zelf. Het probleem is vooral dat natuurlijke selectie Darwins evolutietheorie onmogelijk maakt. Natuurlijke selectie botst met twee andere elementen: toevallige mutaties en geleidelijkheid.

Als planten en dieren zich maar met hele kleine stapjes verbeteren, vergroot dat niet de kans om te overleven. Alleen grote verbeteringen leveren een grotere kans op om te overleven. Maar zulke plotselinge, grote verbeteringen komen volgens Darwin niet voor. Dieren ontwikkelen zich met hele kleine stapjes. Maar het probleem is dat de natuur geen kleine verbeteringen selecteert.

Voor de vorming van een nieuwe diersoort moeten één of meerdere dieren uit een populatie een hele reeks van kleine wijzigingen ondergaan. Maar toeval zorgt ervoor dat het telkens weer andere dieren zijn die een heel klein stapje veranderen. Dat leidt niet tot een nieuwe diersoort[29].

Zelfs als mensen heel doelgericht gaan fokken met dieren met een afwijking, veranderen die dieren niet van soort. Honden blijven dan honden en schapen blijven dan schapen. Als je de natuur zijn gang laat gaan, verwateren die afzonderlijke hondenrassen en schapenrassen juist weer. Het fossiel archief bevestigt dat diersoorten juist niet veranderen. Natuurlijke selectie helpt niet om nieuwe diersoorten te vormen, maar wel om ze in stand te houden[30].

De natuur selecteert geen kleine afwijkingen.
Afwijkingen verwateren door toeval.
De natuur houdt soorten in stand.

Ben je onwetend, dom of krankzinnig als je Darwin niet gelooft? Kent Darwins evolutietheorie geen zwakke punten? Darwins evolutietheorie kan geen enkele poot missen, maar voortschrijdend wetenschappelijk inzicht heeft alle vijf poten onder Darwins evolutietheorie weggezaagd:

  1. De stamboom van het leven bleek onvindbaar; zowel op basis van uiterlijke kenmerken als op basis van DNA. Darwin voorspelde een boom, maar we vonden een oerwoud.
  2. Toevallige erfelijke afwijkingen verminken de DNA-software. Ze kunnen niet de grote hoeveelheden specifieke, complexe, doelgerichte DNA-software schrijven die nodig is voor nieuwe soorten.
  3. Dieren veranderen niet met hele kleine stapjes. Het fossiel archief toont juist diersoorten die niet veranderen. Nieuwe soorten verschijnen en verdwijnen plotseling en in grote aantallen, zonder tussenvormen. Dat riepen tijdgenoten van Darwin al.
  4. Het complexe leven begon niet eenvoudig. Steeds betere microscopen laten zien dat ook het kleinste, microscopische leven onvoorstelbaar complex is.
  5. Natuurlijke selectie helpt Darwin van de wal in de sloot. De natuur selecteert geen kleine afwijkingen en het toeval zorgt er juist voor dat die afwijkingen in populaties verwateren. Natuurlijke selectie houdt soorten juist in stand.

Darwins evolutietheorie heeft geen poot meer om op te staan.
Zijn evolutiebril is achterhaald door betere microscopen.

Wetenschappers die afscheid genomen hebben van de darwinistische evolutietheorie en die zoeken naar andere theorieën om de ontwikkeling van de planten- en dierenwereld zonder schepper te verklaren, hebben zich verenigd onder de naam ‘de derde weg’.

In hun ogen is ‘de eerste weg’ de doodlopende weg van de darwinistische evolutietheorie. Met ‘de tweede weg’ bedoelen ze aanhangers van schepping; ook al hebben zij geen recht van spreken in de wetenschappelijke wereld[31]. Op ‘de derde weg’ wandelen wetenschappers die een bonte mengeling van nieuwe brillen met elkaar delen ter vervanging van Darwins evolutiebril[32].

Op de website van ‘de derde weg’ delen wetenschappers allerlei alternatieven voor de Darwinistische evolutietheorie[33]. Met hun nieuwe brillen nemen wetenschappers afscheid van één, meer of alle onderdelen van Darwins evolutiebril:

  • Eric Bapteste ziet geen darwinistische stamboom van het leven. In plaats daarvan ziet hij een netwerk van levensvormen met allerlei onderlinge verbanden[34].
  • James A. Shapiro ontkent dat alle erfelijke afwijkingen toevallig gebeuren en dat natuurlijke selectie soorten verandert. Zijn theorie van de ‘natuurlijke genetische bouwkunde’ veronderstelt dat levende wezens hun DNA niet toevallig, maar doelgericht aanpassen aan stress signalen uit de omgeving. De ontwerpende intelligentie die op de omgeving reageert, zit in de levende cel zelf[35]. Shapiro verklaart echter niet waar die intelligentie vandaan komt en hoe materie doelen kan formuleren[36].
  • Victoria N. Alexander ontkent ook dat toevallige mutaties en natuurlijke selectie doelloos richting geven aan de ontwikkeling van levensvormen[37]. Met allerlei voorbeelden van natuurlijke zelforganisatie creëert zij een theorie van natuurlijke creativiteit[38].
  • Eva Jablonka spreekt tegen dat dieren veranderen door toevallige erfelijke afwijkingen. Ze erven naast DNA ook andere eigenschappen vanuit het lichaam, gedrag en communicatie[39]. Die laten dieren veranderen.
  • Denis Noble schrijft dat alle belangrijke veronderstellingen van het Neo-Darwinisme dusdanig onderuitgehaald zijn dat we een hele nieuwe theorie nodig hebben[40]. Systeembiologie is zo’n theorie die de ontwikkeling van het leven schetst als een samenspel tussen genen, cellen, organen, lichamen en omgevingen[41].

Voor veel wetenschappers is Darwins bril achterhaald.
Ze zoeken betere brillen om het leven te verklaren.
Maar die mogen ook geen schepper laten zien.

De focus

De dierenbril focust op aspecten van de dierenwereld die Darwins evolutiebril buiten beeld probeert te houden. Een kijkje door de dierenbril laat allerlei dingen zien die Darwins evolutiebril niet laat zien. Dat komt doordat Darwins evolutiebril oogkleppen heeft die een schepper buiten beeld houden.

Alle onoplosbare problemen met Darwins evolutiebril verdwijnen als sneeuw voor de zon als je door een scheppingsbril kijkt.

  • De eerste levensvormen beginnen niet eenvoudig, omdat ze geschapen zijn.
  • We vinden geen tussenvormen en geleidelijke overgangen van soorten in het fossiel archief, omdat de schepper telkens nieuwe soorten maakte.
  • We vinden geen stamboom van alle levensvormen, omdat de schepper toegepaste technieken bij heel verschillende dieren hergebruikte voor vergelijkbare doelen.
  • Dat hergebruik van eerder toegepaste technieken verklaart bijvoorbeeld dat menselijke ogen zo lijken op inktvis ogen.
  • Verschillen in embryonale ontwikkeling van vergelijkbare dieren, zijn goed te verklaren met andere bouw- en ontwikkelplannen.
  • Natuurlijke selectie is niet nodig om nieuwe soorten te laten ontstaan; wel om bestaande soorten sterk te houden.
  • Schepping verklaart waarom in het fossiel archief telkens grote aantallen nieuwe levensvormen in relatief korte tijd verschijnen zonder tussenvormen.
  • Schepping en veranderende klimatologische omstandigheden op aarde verklaren waarom zoveel levensvormen in verschillende geologische perioden plaats moesten maken voor nieuwe levensvormen. Die nieuwe levensvormen zijn gemaakt voor andere omstandigheden en andere doelen.
  • Informatie is altijd afkomstig van intelligentie. De herkomst van grote hoeveelheden nieuwe, specifieke, complexe en doelgerichte software in nieuwe levensvormen is het beste te verklaren met schepping.

De scheppingsbril kan het ontstaan én de ontwikkeling van leven het beste verklaren:

  • Het ontstaan van leven uit levenloze materie toont alle kenmerken van schepping. Leven is een ordening van informatie en materie. Voor leven is een veelheid aan onderdelen nodig, zoals informatie, eiwitten, cellen, weefsels en organen. Al die onderdelen moeten samenspelen. Leven toont schoonheid, doelgerichtheid en efficiëntie. Elke levensvorm vervult een nuttige functie in het geheel. Leven verraadt een ongekende complexiteit; een groots plan en veel inspanning om het te maken. Schepping is de beste verklaring voor het ontstaan van leven.
  • Het ontstaan van andere levensvormen toont ook alle kenmerken van schepping. Andere levensvormen zijn andere ordeningen van informatie en materie. Andere levensvormen vereisen andere informatie, eiwitten, weefsels en organen. Al die onderdelen spelen weer anders samen. Andere levensvormen tonen weer andere vormen van schoonheid, gericht op andere doelen, gebaseerd op andere efficiëntie methoden. Andere levensvormen hebben een andere nuttige functie in het geheel. Andere levensvormen verraden telkens andere vormen van complexiteit; een ander onderliggend plan en een andere inspanning. Schepping is de beste verklaring voor het ontstaan van nieuwe levensvormen.
  • Schepping door een intelligente persoon kan de herkomst van de immateriële aspecten van ons bestaan het beste verklaren; ons zelfbewustzijn, onze persoonlijkheid, onze gedachten, onze kennis, onze vrijheid, onze verantwoordelijkheid, onze gevoelens, onze waarden, onze liefde en ons geluk. Juist een persoon die weet wat het is om een persoon te zijn, kan andere personen maken.
  • Schepping van de eerste en latere levensvormen en van onze persoonlijkheid passen beter in het grotere geheel van onze werkelijkheid en bij andere elementen in onze werkelijkheid die het beste met een schepper verklaard kunnen worden. Schepping van leven past beter bij de schepping van materie, het heelal, natuurwetten, natuurconstanten en alle natuurlijke kringlopen. Heel onze werkelijkheid is doelgericht gemaakt om leven mogelijk te maken.
  • Schepping is een betere verklaring voor het ontstaan van alle levensvormen dan materie. Intelligentie kan wel informatie, materie en leven voortbrengen, maar materie kan geen intelligentie, geen informatie en geen leven voortbrengen.

Het is Darwin niet gelukt om de ontwikkeling van alle levensvormen met hun veelsoortigheid, complexiteit en schoonheid zonder schepper te verklaren met een simpel begin en ongeloofwaardig veel toeval.

Het wordt hoog tijd dat wetenschappers weer de vrijheid terugkrijgen om het leven en onze werkelijkheid te verklaren met een schepper. Dan mogen ze weer het bewijs volgen waar het leidt en wordt de wetenschap weer vrije wetenschap; bevrijd van dwang en tunnelvisie. Schepping is een veel betere verklaring voor het ontstaan van leven en van alle levensvormen met hun ongekende complexiteit en schoonheid.

De dierenbril verklaart die ongeëvenaarde schoonheid, variatie en complexiteit met een schepper; een schepper met eindeloze creativiteit en intelligentie. Die bonte dierenpracht verraadt een grote liefde voor dieren.

De scheppingsbril lost alle problemen van de evolutiebril op.
De scheppingsbril kan al het leven het beste verklaren.
De dierenbril heeft wel oog voor de geniale Bioloog.

Zo, dat was een lang verhaal over de dierenbril en Darwins evolutiebril. Nu gaan we drie brillen tegelijk bekijken, maar dat vergt wat minder tijd.

[1] K.W. Giberson, Saving Darwin: How to be a Christian and Believe in Evolution, p. 53.

[2] https://en.wikiquote.org/wiki/Richard_Dawkins#Quotes.

[3] http://blogs.reuters.com/faithworld/2009/01/23/evolution-gets-added-boost-in-texas-schools/.

[4] S.C. Meyer, Darwin’s Doubt, 6.

[5] https://www.discovery.org/a/24041/#problem6.

[6] M. Syvanen in G. Lawton, Why Darwin was wrong about the tree of life. https://genomebiology.biomedcentral.com/articles/10.1186/gb-2006-7-10-118.

[7] S.C. Meyer, Darwin’s Doubt, 6. https://www.youtube.com/watch?v=MXrYhINutuI.

[8] S. Tyler in J.P. Moreland e.a., Theistic Evolution: A Scientific, Philosophical, and Theological Critique, 9. https://www.discovery.org/a/24041/#problem8.

[9] J. Wells, Zombie Science.

[10] https://www.youtube.com/watch?v=28Ap4ove3Fg.

[11] F. Rana, The Cell’s Design: How Chemistry Reveals the Creator’s Artistry, 11.

[12] S.C. Meyer, Darwin’s Doubt, 6, p. 133-134.

[13] Zie bijvoorbeeld Stephen C. Meyer, Darwin’s Doubt & Signature in the cell, M.J. Behe, Darwin’s Black Box & The Edge of Evolution & Darwin Devolves, William A Dembski, Being as Communion & Design Revolution.

[14] D.A. Axe, Estimating the Prevalence of Protein Sequences Adopting Functional Enzyme Folds (Journal of molecular biology, 2004) & D.A. Axe, Extreme Functional Sensitivity to Conservative Amino Acid Changes on Enzyme Exteriors, (Journal of Molecular Biology, 2000).

[15] S.C. Meyer, Darwin’s Doubt, 8-14. https://www.youtube.com/watch?v=FDSpLBNQk5I.

[16] M.J. Behe, Darwin Devolves: The New Science About DNA That Challenges Evolution.

[17] M.J. Behe, The Edge of Evolution: The Search for the Limits of Darwinism. https://www.discovery.org/a/24041/#problem3.

[18] M.J. Behe, Darwin Devolves: The New Science About DNA That Challenges Evolution.

[19] https://dissentfromdarwin.org/.

[20] C. Darwin, The Origin of Species, p. 292. https://www.discovery.org/a/24041/#problem5.

[21] M.J. Benton, M.A. Wills, R. Hitchin, Quality of the fossil record through time: https://www.nature.com/articles/35000558.

[22] S.C. Meyer, Darwin’s Doubt, 7, p. 136-137.

[23] S.C. Meyer, Darwin’s Doubt, 1. https://www.discovery.org/a/24041/#problem5.

[24] https://www.youtube.com/watch?v=Y1DPzY6o6hQ.

[25] S.C. Meyer, Darwin’s Doubt, 1. https://www.discovery.org/a/24041/#problem5.

[26] C. Darwin, brief aan Joseph Hooker, 1871.

[27] W.P. Pycraft, The Standard Natural History From Amoeba to Man.

[28] http://www.genomenewsnetwork.org/articles/02_01/Sizing_genomes.shtml.

[29] https://www.discovery.org/a/24041/#problem4.

[30] https://www.crossway.org/articles/the-surprising-limits-of-natural-selection/.

[31] M. Leisola, J. Witt, Heretic: One Scientist’s Journey from Darwin to Design.

[32] Op de website van ‘de derde weg’ geven wetenschappers allerlei alternatieven voor de Darwinistische evolutietheorie.

[33] http://www.thethirdwayofevolution.com/.

[34] http://www.thethirdwayofevolution.com/people/view/eric-bapteste.

[35] J.A. Shapiro, Evolution: A View from the 21st Century. http://www.thethirdwayofevolution.com/people/view/james-a-shapiro.

[36] https://en.wikipedia.org/wiki/Natural_genetic_engineering.

[37] http://www.thethirdwayofevolution.com/people/view/Victoria-Alexander.

[38] V.N. Alexander, The Biologist’s Mistress: Rethinking Self-Organization in Art, Literature, and Nature.

[39] http://www.thethirdwayofevolution.com/people/view/eva-jablonka.

[40] http://www.thethirdwayofevolution.com/people/view/denis-noble.

[41] D. Noble, The Music of Life: Biology Beyond Genes.