Inspectie van de programmeerbril

Laten we weer kijken naar de programmeerbril zelf, naar eventuele oogkleppen en naar de focus. Is het een betrouwbare bril als je wilt bekijken of er een schepper bestaat?

De bril

De programmeerbril is bedoeld om te kijken naar het DNA-programmeerwerk in de celkern van levende wezens. De drie miljard tekens programmeerwerk in onze genen bepalen hoe onze cellen functioneren, hoe en waar alle systemen in ons lichaam groeien en met elkaar samenwerken en hoe we eruitzien.

Het duizelingwekkende programmeerwerk wijst op een programmeur met meer kennis van programmeren, scheikunde, biologie en natuurkunde dan alle mensen bij elkaar[1]. Ons programmeerwerk is slechts kinderspel als je het vergelijkt met het meesterlijke DNA in levende wezens. Duizenden knappe koppen breken hun hersens om te begrijpen hoe het werkt en wat het doet.

De bouwbril sprak nog zonder woorden.
Maar de programmeerbril laat supercomplexe taal zien.
Wie heeft die programmeertaal geschreven?

De focus

De programmeerbril focust vooral op de taal en de ongekende intelligentie die DNA onthult. Atheïstische wetenschappers ergeren zich aan mensen die op de proppen komen met zulke sporen van schepping in onze werkelijkheid. Dat bedreigt hun wereldbeeld dat er alleen maar materie bestaat. Ze verwijten aanhangers van schepping dat ze geloven in de ‘god van de gaten’.

Wetenschappers beseffen dat ze heel veel dingen nog niet weten. Er zitten gaten in hun kennis. Maar als je nog niet weet hoe iets werkt, moet je niet direct roepen dat er een god achter zit. Je moet juist op zoek gaan naar natuurverschijnselen die het ontstaan van zulke raadsels verklaren.

Is de programmeerbril dan een bedrieglijke bril? Laat hij dingen zien die er niet zijn (een programmeur)? Bewijzen wetenschappers straks het tegendeel? Is het verkeerd om conclusies te trekken uit natuurverschijnselen die naar een schepper lijken te wijzen?

Gaan natuurwetten die supersoftware ooit verklaren?
Of toeval misschien?

De oogkleppen

Atheïstische wetenschappers moeten wel oogkleppen op hun bril zetten. Anders laat de schepper zich veel te duidelijk zien. De atheïstische wetenschapsbril verbiedt het om een schepper als verklaring aan te dragen. Anders valt het wereldbeeld zonder schepper in duigen.

Als je een schepper bewust buiten beeld houdt, moet je wel in het onmogelijke geloven; dat alles vanzelf ontstaat. Maar als atheïstische wetenschappers door de oogkleppen van hun atheïstische wetenschapsbril geen schepper zien, moeten ze niet roepen dat een schepper niet bestaat als anderen – zonder oogkleppen – die schepper wel heel duidelijk zien.

Moet toeval een geloofwaardige verklaring worden voor het ontstaan van drie miljard tekens programmeerwerk in ons DNA dat zelf leven bouwt uit één levende cel? Wie concludeert dat er een schepper moet zijn om drie miljard tekens briljant programmeerwerk te schrijven, trekt die conclusie niet omdat er een gat in zijn wetenschappelijke kennis zit.

Software ontstaat nooit door natuurwetten of toeval.
Laat staan de supersoftware in ons DNA.
Alleen intelligentie kan software maken.

De informatiewetenschap bewijst immers dat specifieke, complexe informatie altijd afkomstig is van intelligentie[2]. Voor wie gelooft dat er alleen materie bestaat, is het lastig om te erkennen dat ons DNA heel veel immateriële intelligentie onthult. Voor wie gelooft dat er alleen materie bestaat is het erkennen van een schepper nog lastiger.

Voor de vooraanstaande atheïst Antony Flew was de complexiteit van de software in DNA een belangrijke reden om zijn atheïstische wetenschapsbril in de prullenbak te gooien[3].

Programmeertaal wijst op een programmeur.

Dat materie per ongeluk intelligente software en leven voortbrengt, is hoogst onwaarschijnlijk en onlogisch. Het is veel waarschijnlijker en logischer dat een intelligente schepper doelgericht materie en leven voortbrengt. Materie schept geen intelligentie, maar een intelligente schepper schept wel materie[4].

Wie bij het zien van DNA nog in het toeval blijft geloven, moet wel een grenzeloos geloof hebben in het toeval en in de betrouwbaarheid van de atheïstische wetenschapsbril met haar oogkleppen voor een schepper.

Op de programmeerbril zitten geen oogkleppen. Er zijn nog veel meer aanwijzingen die naar een schepper wijzen:

  • DNA is slechts één component om leven mogelijk te maken.
  • DNA bevat software die alleen werkt in specifieke hardware (de levende cel). De hardware werkt niet zonder software en andersom.
  • DNA regelt hoe één levende cel door celdeling nieuw leven bouwt (de bouwbril).
  • Naast DNA is er nog communicatie tussen de cellen nodig om de juiste cellen allemaal op de juiste plaats te laten groeien en samen te laten werken[5].

De samenwerking tussen DNA en andere componenten die leven mogelijk maken, is dus nog wat ingewikkelder. Nog ingewikkelder wordt het als je beseft dat er voor elke nieuwe diersoort een grote hoeveelheid nieuwe programmeercode nodig is.

Dan wordt het begrijpelijk dat veel mensen niet in een toevallige evolutie van het leven geloven, maar in een geleide evolutie van het leven. De programmeercode voor nieuwe soorten ontstaat niet zomaar. Daar is telkens briljant programmeerwerk voor nodig[6].

Omdat mensen sinds een aantal decennia ook kunnen programmeren, begrijpen we nu hoe complex de DNA software is en hoeveel intelligentie daarvoor komt kijken.

Ons DNA getuigt van een bovennatuurlijke programmeur.
Complexe informatie komt altijd van een intelligentie.

Ik leg de programmeerbril opzij. Hier heb ik twee brillen; de dierenbril en de evolutiebril van Charles Darwin. Die wil ik graag allebei met je bekijken.

[1] Job 21:22, Jesaja 40:13-14.

[2] S.C. Meyer, Darwin’s Doubt, 10-14.

[3] A. Flew & R.A. Varghese, There Is a God: How the World’s Most Notorious Atheist Changed His Mind. https://en.wikipedia.org/wiki/Antony_Flew.

[4] W.A. Dembski, Being as Communion, A Metaphysics of Information.

[5] Zogenaamde ‘developmental gene regulatory networks’ verzorgen de signalen die cellen communiceren binnen de cel en naar andere cellen om nieuw leven te bouwen.  S.C. Meyer, Darwin’s Doubt, 13.

[6] S.C. Meyer, Darwin’s Doubt, Part two, How to Build an Animal.